Datum uitspraak: 27-10-2014
Nummer uitspraak: 106383
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij volgens de werkgever tijdens en na een excursie (in de bus en op school) buitenproportioneel geweld heeft gebruikt jegens een leerling, bestaande uit het herhaald en op hardhandige wijze vastpakken van een leerling bij diens arm, keel en nek. Alleen is komen vast te staan dat de werknemer de betreffende leerling verscheidene keren bij zijn arm heeft vastgepakt. In de bus was sprake van een ongeordende en onoverzichtelijke situatie die gevaar kon opleveren voor de veiligheid. Onder die omstandigheden is het niet onjuist dat de werknemer, nadat hij de betreffende leerling(en) eerst herhaaldelijk had gemaand en gewaarschuwd, uiteindelijk één leerling door middel van fysiek ingrijpen tot de orde heeft geroepen. Niet gebleken is dat de werknemer daarbij (buitenproportioneel) geweld heeft gebruikt. Anders is dat met de situatie bij terugkomst op school. Hoewel ook hier niet is gebleken dat de werknemer (buitenproportioneel) geweld heeft gebruikt, was er geen sprake (meer) van gevaar voor de veiligheid en waren er voldoende alternatieven voorhanden om de situatie op een andere manier te normaliseren. Dat de werknemer desondanks fysiek heeft ingegrepen, valt hem in zijn professionele hoedanigheid van docent dermate aan te rekenen dat het door de werkgever nemen van een (lichte disciplinaire) maatregel op zichzelf genomen op zijn plaats was. Het handelen van de werknemer levert, alle omstandigheden in aanmerking genomen, geen dringende reden op voor ontslag op staande voet. Onder die omstandigheden behoort ook dat de docent gedurende zijn ruim dertigjarig dienstverband niet eerder betrokken geweest is bij soortgelijke incidenten. Beroep gegrond.