Datum uitspraak: 10-02-2006
Nummer uitspraak: 103065
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werknemer was medewerker facilitair- en gebouwenbeheer. Die functie is in het schooljaar 2004-2005 in het rddf geplaatst. Als uitvloeisel hiervan is de werknemer in de functie van leraar geplaatst. Nadat hij in deze functie ziek geworden was, is hij weer in zijn oorspronkelijke functie teruggeplaatst. Vervolgens heeft de werkgever hem uit die functie ontslagen wegens opheffing van de functie. De werknemer stelt dat hij inmiddels de functie van leraar heeft gekregen en niet zomaar kan worden teruggeplaatst in zijn oude functie. Hij stelt dat de werkgever hem in het kader van reïntegratie een passende functie dient aan te bieden. Als terugplaatsing wel mogelijk was, dan had volgens de werknemer op grond van de CAO-VO voor het ontslag een sociaal plan voorhanden moeten zijn.
De Commissie oordeelt dat niet in te zien valt waarom handhaving van de werknemer in de functie die in het rddf is geplaatst niet zou kunnen. Gesteld noch gebleken is dat bij de werkgever andere passende functies beschikbaar waren. De bepalingen van de CAO-VO 2003-2005 en die van de CAO-VO 2005-2006 ter zake van ontslag wegens formatieve gronden sluiten niet op elkaar aan. Mede in acht nemend dat de werkgever overleg heeft gevoerd met de vakcentrales over de formatieve problemen en dat de rddf-plaatsing in overleg met de vakcentrales met vijf maanden verlengd is, oordeelt de Commissie dat de bepalingen uit de CAO-VO 2005-2006 geen verandering kunnen brengen in de rechten en vooruitzichten van zowel de werkgever als de werknemer ten aanzien van in het rddf geplaatste functies zoals deze zijn ontstaan op grond van de CAO-VO 2003-2005.
Beroep ongegrond.