Datum uitspraak: 20-06-2002
Nummer uitspraak: 102003
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werkgever heeft aangegeven de overuren van de werknemer, welke hij reeds geruime tijd vervult, te gaan afbouwen. Het overleg hierover heeft niet tot overeenstemming geleid. De werkgever is vervolgens overgegaan tot afbouw van de uren. Dit is volgens de werkgever geen ontslag. De werknemer meent dat alleen in overleg, dus na toestemming van de werknemer, tot afbouw van de overuren kan worden overgegaan. De eenzijdige aanpassing van de omvang van de betrekking wordt door de werknemer als ontslag gezien. De Commissie stelt vast dat artikel H-10 van de CAO-BVE bepaalt dat de betrekkingsomvang van een docent slechts voor bepaalde tijd mag worden uitgebreid tot een werktijdfactor groter dan 1,0. Aldus moet er vanuit worden gegaan dat de uitbreiding van de betrekking van de werknemer impliciet is overeengekomen voor de duur van een jaar, samenvallend met het cursusjaar, van 1 augustus tot 1 augustus. Worden de overuren niet verlengd dan is sprake van het van rechtswege eindigen van dat deel van de betrekking door verstrijken van de overeengekomen termijn. Nu echter de beëindiging van de overuren plaats heeft gevonden per 01-12-2001 is er sprake van tussentijdse opzegging. Dit is echter op grond van artikel 7:667 lid 3 BW slechts mogelijk als voor ieder der partijen dit recht schriftelijk is overeengekomen. De CAO-BVE kent een dergelijk bepaling echter niet.
Beroep gegrond.