Datum uitspraak: 06-08-2013
Nummer uitspraak: 105806
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Aan het ontslag is ten grondslag gelegd dat de werknemer zich in meerdere opzichten en langdurig grensoverschrijdend heeft gedragen, dat hij niet aanspreekbaar was voor de werkgever en dat hij zijn leidinggevende systematisch onheus bejegende. De laatste twee aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten zijn onvoldoende komen vast te staan.
Ten aanzien van de grondslag 'het in meerdere opzichten grensoverschrijdend gedrag' overweegt de Commissie dat de werknemer zich in e-mailcontacten met studentes te amicaal en onvoldoende zakelijk heeft uitgelaten, waarmee afbreuk is gedaan aan de professionele afstand die dient te worden bewaard. Daarnaast is komen vast te staan dat de werknemer een relatie is aangegaan met een studente. Niet kan worden vastgesteld dat sprake was van een intieme (seksuele) relatie, maar wel van een relatie die verder ging dan en niet paste binnen de professionele relatie docent-student. De vastgestelde feiten dienen te worden aangemerkt als onprofessioneel en grensoverschrijdend. Deze leveren echter in de gegeven omstandigheden geen dringende reden op die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. De Commissie neemt in aanmerking dat er een behoorlijk tijdsverloop van meerdere jaren zit tussen de relatie en het bekend worden van die relatie bij de werkgever, en dat niet is gebleken van voortschrijdend gedrag. Voorts dat de werknemer lang bij de werkgever in dienst is, dat hij voorheen naar tevredenheid functioneerde, dat hij over drie jaar de pensioen- en AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en het dienstverband derhalve zal eindigen en dat hij door een ontslag op staande voet ernstig financieel wordt benadeeld. Beroep gegrond.