Datum uitspraak: 24-11-2014
Nummer uitspraak: 106438
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer heeft de aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten erkend, maar hij zou graag een andere vorm van ontslag willen, waarbij hij zijn recht op een WW-uitkering behoudt.
Het ontslag is niet onverwijld gegeven, zoals vereist in artikel 7: 677 BW. De jurist van school heeft het College van Bestuur op 16 juli 2014 ingelicht over de conclusies van het onderzoeksrapport. De werknemer is vanwege agenda-technische redenen aan de zijde van het College van Bestuur eerst op maandag 21 juli 2014 uitgenodigd voor een gesprek. Dat de agenda van het College van Bestuur niet een eerder moment toestond, dient voor rekening van de werkgever te komen. Bij een vermoeden van een misdrijf (verduistering) zoals de werkgever zelf stelt, mag verwacht worden dat met voorrang tijd wordt vrijgemaakt voor het voeren van een gesprek met de werknemer, om hem met de bevindingen van het onderzoek te confronteren, dan wel dat op andere wijze voortvarend wordt gehandeld, bijvoorbeeld door een lid van de Centrale Directie het mandaat te geven een dergelijk gesprek aan te gaan. Beroep gegrond.