Datum uitspraak: 14-03-2014
Nummer uitspraak: 106049/106052
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De aan het ontslag ten grondslag gelegde gewichtige reden houdt verband met het functioneren van de werknemer. De werkgever heeft zijn kritiek daarop niet onderdeel gemaakt van de eigen reguliere functionerings- en beoordelingscyclus. Evenmin heeft de werkgever een en ander opgepakt op een wijze die de werknemer dezelfde of vergelijkbare waarborgen biedt. Hetgeen de werkgever aan stukken heeft ingebracht, is niet toereikend voor de conclusie dat de werknemer niet (meer) geschikt is voor haar functie. Voorts is niet gebleken dat de werknemer in de gelegenheid is gesteld haar functioneren bij te stellen. De werkgever heeft aldus niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een zodanige gewichtige reden dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van de werkgever gevergd kan worden. De in casu opgelegde vrijstelling van werkzaamheden tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst kan redelijkerwijs niet anders worden aangemerkt dan als een schorsing in de zin van artikel P-1 cao hbo. Aangezien de werkgever de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk heeft opgezegd, heeft hij de werknemer in redelijkheid kunnen schorsen voor de periode tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst. Beroep tegen ontslag gegrond; Beroep tegen schorsing ongegrond.