Datum uitspraak: 24-04-2014
Nummer uitspraak: 106099
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer is docent en is primair ontslagen wegens gewichtige reden, bestaande uit een verlies aan vertrouwen, subsidiair wegens plichtsverzuim, bestaande uit examenfraude, en meer subsidiair wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid voor de uitgeoefende functie.
Het is voldoende aannemelijk geworden dat de werknemer tijdens een examen een antwoord heeft voorgezegd aan een studente. De werknemer is daarmee dusdanig tekortgeschoten in de op hem rustende verplichtingen als docent, dat de werkgever dit in redelijkheid ten grondslag heeft kunnen leggen aan het verlies aan vertrouwen.
Vanuit de bestaande gezagsverhouding en afhankelijkheidsrelatie dient een docent een gepaste professionele afstand te houden tot de leerlingen. Gebleken is dat dit punt al langere tijd structureel aandacht vroeg en aan terechte kritiek onderhevig was. De werknemer heeft volhard in zijn onaanvaardbare handelwijze. Dit kan als dermate onprofessioneel worden aangemerkt, dat de werkgever in redelijkheid het verlies aan vertrouwen hierop (mede) heeft kunnen baseren.
De werkgever heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een zodanige onherstelbare en blijvende verstoring van de werkrelatie, dat van hem in redelijkheid niet kan worden gevergd het dienstverband te laten voortduren. Gewichtige reden voor ontslag. Beroep ongegrond.