Datum uitspraak: 29-09-2014
Nummer uitspraak: 106255
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De docent is primair ontslagen wegens gewichtige reden, bestaande uit een verlies aan vertrouwen van de werkgever in de docent, subsidiair wegens plichtsverzuim, bestaande uit het geen verantwoordelijkheid nemen om zijn kennis op minimaal niveau te brengen, en meer subsidiair wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid voor de uitgeoefende functie. Gemeten naar objectieve maatstaven bestonden bij de werkgever vanwege de ingediende klachten voldoende en gerechtvaardigde twijfels omtrent het functioneren van de werknemer. De werkgever heeft dan ook in redelijkheid een verbetertraject voor het functioneren van de werknemer kunnen starten. Het door de werkgever ingezette verbetertraject is weliswaar niet meer van de grond gekomen, maar dat kan de werkgever in dit geval niet worden tegengeworpen nu er een nieuwe klacht over de werknemer was ingediend waarover hij geen openheid van zaken gaf. Voorts is komen vast te staan dat de werknemer geen of onvoldoende en/of onvoldoende voortvarend medewerking heeft verleend bij het behandelen en onderzoeken van de reeds eerder over hem ingediende klachten. Hierdoor kon de werkgever niet beschikken over de gegevens die nodig waren om de gegrondheid van de klachten te kunnen beoordelen. De werknemer is dusdanig tekortgeschoten in zijn verplichtingen als docent dat de werkgever dit tekortschieten ten grondslag heeft kunnen leggen aan het verlies van vertrouwen. De werkgever heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het handelen van de werknemer een zodanige en onherstelbare en blijvende verstoring van de arbeidsverhouding heeft veroorzaakt, dat van hem in redelijkheid niet kan worden gevergd het dienstverband te laten voortduren. Dit levert een gewichtige reden voor ontslag op. Nu de werkgever het dienstverband daadwerkelijk heeft opgezegd, heeft hij de werknemer in redelijkheid kunnen schorsen voor de periode tot aan het einde van het dienstverband. Beroep ongegrond.