Datum uitspraak: 16-03-2007
Nummer uitspraak: 103330 / 103334
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werkneemster is docent. Het ontslag is gegeven in het kader van een reorganisatie. De werkgever heeft het dienstverband na de ingangsdatum van het ontslag gecontinueerd, volgens de werkgever op tijdelijke basis. Werkneemster blijft belast met docentwerkzaamheden. Hieruit leidt de Commissie af dat er op de ingangsdatum van het ontslag voor de werkneemster voldoende werkzaamheden voorhanden waren en er geen ontslagnoodzaak was zodat het ontslag niet gedragen wordt door de daaraan ten grondslag gelegde reden.

Voorts merkt de Commissie op dat de werkgever ten onrechte meent dat de werkneemster in de gecontinueerde werkzaamheden in tijdelijke dienst zou zijn. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd opvolgt, geldt immers als aangegaan voor onbepaalde tijd en behoeft voor haar eindigen een opzegging. Gelet op de duur van het dienstverband van de werkneemster, was benoeming in tijdelijke dienst in feite niet mogelijk (artikel 7:668a BW). Gelet op het dwingend karakter van deze bepaling is afwijking ervan bij individueel contract niet mogelijk. Verder vormen de artikelen H-11 en H-12 CAO-BVE in dit geval een belemmering voor het in dit stadium aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
Beroep gegrond.