Datum uitspraak: 14-04-2006
Nummer uitspraak: 103059
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

In verband met financiële noodzaak dient formatievermindering plaats te vinden waarbij eerst de tijdelijke benoemingen beëindigd worden en overuren worden teruggebracht. De werknemer heeft overuren bij de werkgever en wordt daaruit ontslagen per 01-03-2006.De Commissie is, in afwijking van wat partijen daaromtrent kennelijk oordelen, van oordeel dat werkzaamheden in overuren conform het bepaalde in artikel H-23 CAO-BVE slechts voor de duur van één jaar worden overeengekomen en dat de werkgever en de werknemer deze termijn kunnen verlengen met telkens ten hoogste één jaar. De bestreden beslissing van de werkgever dient derhalve te worden aangemerkt als een tussentijdse opzegging van een tijdelijk dienstverband. Artikel 7:667 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een dienstverband voor bepaalde tijd slechts tussentijds kan worden opgezegd als deze mogelijkheid voor beide partijen (werkgever en werknemer) schriftelijk is overeengekomen. In de CAO noch de arbeidsovereenkomst is een als zodanig kenbare bepaling opgenomen. De werkgever heeft in strijd met artikel 7:667 lid 3 BW tussentijds opgezegd.
Beroep gegrond.