Datum uitspraak: 27-08-2007
Nummer uitspraak: 103489
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werkgever heeft het dienstverband beëindigd m.i.v. 01-08-2007. Hiertegen heeft de werkneemster beroep ingesteld. De werkgever had reeds eerder om dezelfde reden ontslag aangezegd tegen 01-02-2007. Het toentertijd ingestelde beroep is op 16-03-2007 door de Commissie gegrond verklaard omdat de werkgever het dienstverband ná de ontslagdatum had voortgezet voor de duur van 6 maanden, waaruit de Commissie afleidde dat er per 01-02-2007 geen ontslagnoodzaak was. Nu deelt de werkgever de werknemer mee dat dit tijdelijk dienstverband van rechtswege eindigt, en hij ontslaat de werkneemster voor zover vereist.
Op grond van artikel 18 lid 6 van Bijlage C van de CAO-BVE dient de werkgever zich te onderwerpen aan de uitspraak van de Commissie. Dit kan niet anders inhouden dan dat door de uitspraak van de Commissie d.d. 16-03-2007 het per 01-02-2007 tussen partijen voortgezette dienstverband een dienstverband voor onbepaalde tijd is. Aldus is sprake van een voor beroep vatbaar ontslag uit een vast dienstverband. De formatiereductie en de noodzaak van het ontslag staan voldoende vast.
Beroep ongegrond.