Datum uitspraak: 20-09-2004
Nummer uitspraak: 102501
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer stelt primair dat de werkgever zijn dienstverband niet tijdens ziekte kan opzeggen nu zijn arbeidsongeschiktheid nog geen twee jaar heeft geduurd. De werkgever stelt dat het opzegverbod niet geldt omdat er sprake is van opheffing van een onderdeel van de onderneming (art. 7: 7:670b lid 2 BW). Het beroep op het opzegverbod tijdens ziekte (art. 7:670 lid 2 BW) als vernietigingsgrond dient volgens artikel 7:677 lid 5 BW binnen 2 maanden na de opzegging te  geschieden door middel van een kennisgeving aan de werkgever. De werknemer heeft iin zijn aanvullend beroepschrift, dat binnen 2 maanden na de opzegging is ingediend,  een beroep gedaan op de vernietigingsgrond. Dit aanvullend beroepschrift is onmiddellijk doorgezonden aan de werkgever zodat deze binnen twee maanden na de opzegging kennis heeft genomen van het standpunt van de werknemer. Onder deze omstandigheid is sprake van een tijdige kennisgeving aan de werkgever in de zin van artikel 7:677 lid 5 BW. Blijkens de wetsgeschiedenis wordt met onderdeel van de onderneming in de zin van artikel 7:670b lid 2 BW bedoeld een organisatorische eenheid van ondernemingsactiviteiten, waarmee de werknemer uitsluitend of in hoofdzaak is verbonden. De werknemer was werkzaam bij de afdeling Rundveehouderij die als een organisatorische eenheid en daarmee als een onderdeel van de onderneming als bedoeld in artikel 7:670b lid 2 BW is te beschouwen. Nu geen sprake is van opheffing van de afdeling Rundveehouderij is de opzegging geldt het opzegverbod tijdens ziekte.
Beroep gegrond.