Datum uitspraak: 21-07-2011
Nummer uitspraak: 104966
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werknemer is algemeen directeur van een vereniging met zeven basisscholen. Vanwege onregelmatigheden bij het declareren van vervangingsgelden heeft de werkgever primair disciplinair ontslag verleend, subsidiair ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid en meer subsidiair vanwege zwaarwegende omstandigheden, bestaande uit verlies van vertrouwen in de werknemer. Gelet op de voorbeeldfunctie van een algemeen directeur en omdat onjuiste declaraties voor het Vervangingsfonds aanleiding kunnen vormen betaalde bedragen terug te vorderen heeft de werkgever de gedragingen als plichtsverzuim kunnen aanmerken. Of disciplinair ontslag evenredig is aan de verweten gedraging is mede afhankelijk van de omstandigheden waaronder de werknemer het plichtsverzuim heeft gepleegd. Hoewel het bewerkstelligen dan wel niet voorkomen dat namens de vereniging onjuiste declaraties bij het Vervangingsfonds worden ingediend in beginsel aanleiding tot ontslag kan vormen, zijn er in de onderhavige ontslagkwestie relevante omstandigheden die tot een andere uitkomst dienen te leiden. De feiten duiden niet op een zodanige moraliteit dat de werknemer zich daardoor gediskwalificeerd zou hebben voor de uitoefening van de functie van algemeen directeur zodat geen sprake is van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de functie. Verlies van vertrouwen is in het voornemen tot ontslag niet onderbouwd. Derhalve heeft de werknemer zich tegen het voornemen op deze grond ontslag te verlenen niet kunnen verweren door het geven van een zienswijze. Reeds vanwege de schending van dit door artikel 3.18 lid 1 CAO PO beschermde belang, kan deze grond het verleende ontslag niet dragen. Beroep gegrond.