Datum uitspraak: 30-06-2008
Nummer uitspraak: 103725
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werkneemster is basisdocent. De werkgever heeft de ontslagen werknemers, waaronder werkneemster, ná de aanzegging tot ontslag van 30-01-2008 maar vóór de daadwerkelijke ontslagdatum van 01-05-2008 vacatures aangeboden die betrekking hebben op reguliere werkzaamheden die volgens de werkgever in ieder geval beschikbaar zijn tot 01-01-2009. De vacatures hebben een omvang van in totaal 17 FTE. Gezien de duur, inhoud en omvang van deze werkzaamheden zijn derhalve op de ontslagdatum passende werkzaamheden voor de werkneemster beschikbaar. Dat voor deze werkzaamheden geen zogenoemde structurele financiering geldt, is hierbij niet van belang. Immers, zodra de werkzaamheden om deze reden zouden wegvallen zou de werkgever alsnog tot ontslag kunnen overgaan. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever, mede gelet op hetgeen het Sociaal Plan dienaangaande voorschrijft, niet in redelijkheid kunnen beslissen om de ontslagbeslissing te handhaven. Het had vanuit goed werkgeverschap op de weg van de werkgever gelegen om over te gaan tot intrekking van het gegeven ontslag. Dat de werkneemster, zoals ter zitting is gebleken, niet bevoegd was om de door de werkgever aangeboden werkzaamheden te verrichten maakt dit niet anders. Het niet-bevoegd zijn wordt door de werkgever blijkbaar van onderscheidend belang geacht bij het in dienst nemen van nieuwe werknemers. Voor werknemers die reeds in dienst waren vormde het ontbreken van een bevoegdheid blijkbaar voorheen geen beletsel voor het voortzetten van het dienstverband. Het had, eveneens vanuit het beginsel van goed werkgeverschap, op de weg van de werkgever gelegen om over te gaan tot het intrekken van het ontslag zodat de bevoegdheidskwestie voor de werkneemster geen rol zou spelen en zij, net als voorheen, met reguliere werkzaamheden belast zou kunnen worden. Beroep gegrond.