Datum uitspraak: 26-07-2006
Nummer uitspraak: 103149
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Tussen de werknemer en zijn leidinggevenden is verschil van mening ontstaan over de wijze waarop binnen de faculteit tentamens en examens worden afgenomen. De werknemer heeft zich daarover gewend tot de Onderwijsinspectie en de aan de instelling verbonden Ombudsman. De faculteitsdirecteur heeft de werknemer schriftelijk medegedeeld dat er op korte termijn een vervolggesprek zou plaatsvinden over het functioneren van de werknemer en diens houding ten opzichte van studenten en collega's. Vervolgens heeft de faculteitsdirecteur de werknemer schriftelijk opgedragen welke werkzaamheden hij wel en welke hij niet diende te verrichten. De werknemer heeft beroep ingesteld tegen de inhoud van de twee brieven van de werkgever, die volgens hem neerkomen op een berisping en een schorsing. De Commissie oordeelt dat de uitnodiging tot het voeren van een gesprek over het functioneren niet is aan te merken als een disciplinaire maatregel. De tweede brief betreft instructies over de door de werknemer te verrichten werkzaamheden en betreft geen schorsing. Het opschorten van de deelname aan het stafoverleg betekent niet dat van een volwaardig staflidmaatschap geen sprake meer was. De betreffende werkinstructie kon redelijkerwijs worden gegeven in het belang van de goede voortgang van het onderwijs. Niet gebleken is dat deze werkinstructie op enigerlei wijze de strekking van een disciplinaire maatregel heeft gehad. Beroep niet-ontvankelijk.