Datum uitspraak: 19-10-2009
Nummer uitspraak: 104185 / 104187
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer voert aan dat de grond voor opzegging niet juist is en aan hem zouden toezeggingen over voortzetting van het dienstverband zijn gedaan.
Met de werknemer zijn twee opeenvolgende arbeidsovereenkomsten gesloten. De eerste arbeidsovereenkomst had als grond: voorziening in een tijdelijke vacature, zoals vermeld in artikel 8.a.2 lid 5 onder b van de CAO-VO. Uit de omstandigheden van het geval valt af te leiden dat ook het tweede dienstverband als grond heeft de voorziening in een tijdelijke vacature.
Artikel 8.a.2 CAO VO gelezen in zijn geheel geeft geen steun voor het standpunt van de werkgever dat de beperking tot één jaar van het tijdelijke dienstverband als voorziening in een vacature, vanwege de in artikel 8.a.2. lid 7 genoemde maximale duur van drie jaar, in dit geval niet zou gelden.
Aldus heeft de werkgever in strijd met artikel 8.a.2. lid 5 onder b. CAO-VO gehandeld door de werknemer een tweede jaar te benoemen in een tijdelijk dienstverband als voorziening in een tijdelijke vacature. Omdat een rechtsgeldige grond voor een tijdelijk dienstverband ontbreekt, dient het dienstverband van de werknemer te worden aangemerkt als aangegaan voor onbepaalde tijd. De mededeling omtrent het niet voortzetten van het dienstverband is aldus een ontslag uit een vast dienstverband. Voor dit ontslag heeft de werkgever met zijn verwijzing naar de opzegging van een tijdelijk dienstverband en een mogelijke overformatie in de toekomst geen geldige reden opgevoerd. Beroepen gegrond.