Datum uitspraak: 25-04-2014
Nummer uitspraak: 106148
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Klacht over de gang van zaken in de deelmedezeggenschapsraad (DMR), waar klaagster deel van uitmaakte. De klacht was gericht tegen het dagelijks bestuur van de DMR, de rector en de voorzitter van het College van Bestuur van de school. De fungerend voorzitter van de LKC heeft besloten klaagster niet-ontvankelijk te verklaren omdat de strekking van de klachten overeenkwam met eerdere klachten van klaagster. Behandeling van de klacht zou niets afdoen of toevoegen aan het oordeel van de LKC in de eerdere procedure. Tegen de beslissing van de fungerend voorzitter heeft klaagster bezwaar gemaakt. Klaagster stelt dat zij in een andere hoedanigheid klaagde, dat het een ander tijdvak betrof, dat het gaat over een ander onderwerp en dat het andere (meer) verweerders betreft. Het gaat weliswaar om verschillende zaken, maar in de kern beklaagt klaagster zich beide keren over het functioneren van de (voorzitter van de) DMR en het gebrek aan toezicht op dat functioneren door het bevoegd gezag. De Voorzitter stelt ook vast dat de feiten en omstandigheden die aan de tweede klacht ten grondslag zijn gelegd zich hebben voorgedaan voordat klaagster haar eerste klacht heeft ingediend. Gelet hierop had van klaagster kunnen worden verlangd dat zij haar klachten in één keer had voorgelegd. Bezwaar ongegrond.