Datum uitspraak: 16-09-2014
Nummer uitspraak: 106292
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Klagers hebben een klacht ingediend over de gang van zaken rond verkiezingen van de (deel)medezeggenschapsraad van de school en de wijze waarop de voorzitter van het bevoegd gezag daarin had gehandeld. De LKC heeft de klacht bij advies van 14 januari 2014 ongegrond verklaard (zaaknummer 106005). Vervolgens hebben klagers opnieuw een klacht ingediend. Die klacht is door de fungerend voorzitter van de LKC kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de klacht handelt over dezelfde aangelegenheden als de eerdere klacht (zaaknummer 106148). Tegen die beslissing heeft klager bezwaar ingediend. Dat bezwaar is op 25 april 2014 door de voorzitter LKC ongegrond verklaard.
Vervolgens hebben klagers opnieuw een klacht ingediend die samenhangt met de volgens hen onregelmatig verlopen verkiezingen van de (deel)medezeggenschapsraad. Die klacht is door de fungerend voorzitter kennelijk ongegrond verklaard onder verwijzing naar het democratisch proces van verkiezingen en onbevoegdheid van het bevoegd gezag ten aanzien van de materie (beslissing van 14 juli 2014). Tegen die beslissing van de voorzitter hebben klagers bezwaar ingediend. Dat bezwaar is door de behandelend voorzitter op 25 augustus 2014 ongegrond verklaard: de klachten houden zozeer verband met het democratisch proces van verkiezingen dat er voor de LKC geen ruimte is om het handelen van het bevoegd gezag te beoordelen zonder het verkiezingsproces er bij te betrekken.
Vervolgens hebben klagers wederom een klacht ingediend die samenhangt met het verloop van verkiezingen voor de (deel)medezeggenschapsraad. Die klacht is op 21 juli 2014 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard door de fungerend voorzitter. Tegen die beslissing hebben klagers bezwaar ingediend bij de voorzitter LKC. De voorzitter heeft het bezwaar op 16 september 2014 ongegrond verklaard en daarvoor het volgende overwogen. Uit alle klachten van klagers blijkt een grote betrokkenheid van klagers bij de school en bij het medezeggenschapsproces op de school. Dat kan er echter niet toe leiden dat dit proces, waarvan de verkiezing van de deelraad deel uitmaakt, uiteengerafeld wordt waarna ieder aspect ervan aan het oordeel van de LKC kan worden onderworpen. Daarmee is het onderwijsleerproces noch het medezeggenschapsproces gediend. De voorzitter stelt vast dat de klacht handelt over reeds eerder door de LKC afgedane zaken of zaken, die daarmee zodanig verband houden dat zij niet een afzonderlijke klachtbehandeling rechtvaardigen. Bezwaar ongegrond.