Datum uitspraak: 16-04-2002
Nummer uitspraak: 102140
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Docent met maximumschaal 10 maakt bezwaar tegen de functiebeschrijving in relatie tot de door hem verrichte werkzaamheden en tegen de waardering van de functie. De werknemer is van mening dat de functie van opleidingscoördinator met maximumschaal 11 op hem van toepassing is. De Commissie volgt de werknemer in zijn stelling dat hij coördinerende werkzaamheden zou hebben verricht. De Commissie is echter daarbij van oordeel dat de werknemer onvoldoende heeft aangetoond dat deze zogenoemde coördinerende taken van een zodanige aard of omvang waren dat deze een hogere waardering van de functie zouden rechtvaardigen. Hierbij is naar het oordeel van de Commissie essentieel dat de werknemer niet de bevoegdheid had om in de uitvoering van deze taken zelfstandig beslissingen te nemen, zoals bijvoorbeeld ten aanzien het vaststellen van de certificaten, het hanteren van een lesmethode of de studiedoorgang van studenten. De werknemer had hierin slechts een adviserende rol naar het bevoegde orgaan, veelal de directie. Voorts is de Commissie gebleken dat de werknemer niet met beleidsmatige taken was belast en niet de zorg droeg voor het uitwerken van de ontwikkeling en vernieuwing van het onderwijs. Derhalve dienen de taken van de werknemer in het ijkjaar te worden aangemerkt als reguliere docenttaken behorend tot de functie van BVE-docent met maximumschaal 10.
Bezwaar ongegrond.

Trefwoorden: