Datum uitspraak: 29-06-2004
Nummer uitspraak: 102486
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer meent het onderwijsgevend aspect van zijn functie niet tot uitdrukking is gebracht in de functiebeschrijving. De functie behoort volgens hem tot de categorie onderwijzend personeel. Ook meent hij dat bepaalde kenmerkscores niet juist zijn vastgesteld en dat de gevolgde procedure niet zorgvuldig is geweest.
Ter zitting is gebleken dat omtrent de beschrijving van de functie geen geschil tussen partijen bestaat. Voorts heeft de werknemer niet aannemelijk gemaakt dat er een discrepantie is tussen de hem opgedragen werkzaamheden en de werkzaamheden die in de functiebeschrijving beschreven staan. De keuze van een werkgever om een functie te plaatsen binnen de categorie onderwijzend dan wel niet-onderwijzend personeel betreft de functieordening en is van belang voor de werknemer omdat de CAO-HBO op enige punten arbeidsvoorwaardelijke verschillen kent tussen beide categorieën werknemers. Omdat een dergelijke keuze tot de beleidsvrijheid van de werkgever behoort, wordt deze door de Commissie slechts marginaal getoetst. De Commissie oordeelt dat de werkgever de functie in redelijkheid heeft kunnen plaatsen in de categorie niet-onderwijzend personeel omdat bij deze functie, anders dan in het geval van de docentfunctie op de instelling, de begeleiding van de student is gericht op het experimenteel omgaan met materiaal. Daar komt bij dat de functie van de werknemer vóór de herwaardering op basis van FUWA-HBO, ook was ingedeeld in de categorie onderwijsondersteunend personeel zodat er op dit punt voor de werknemer geen verandering heeft plaatsgevonden. De gevolgde procedure alsmede de uitkomst van de scores op de kenmerken worden door de Commissie juist bevonden.
Bezwaar ongegrond.

Trefwoorden: