Datum uitspraak: 17-12-2010
Nummer uitspraak: 104691
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Nadat binnen de organisatorische eenheid niet in onderling overleg tot een werkverdeling is gekomen deelt de leidinggevende de werkzaamheden toe en zet het personeel in voor 1000 uur les bij een volledige betrekking. Binnen de organisatie is nog geen nieuw taakbelastingsbeleid afgesproken met de MR. Het systeem van de CAO-BVE ten aanzien van de organisatie van het werk werkt aldus, dat ten aanzien van de verdeling van de werkzaamheden uiteindelijk de leidinggevende het laatste woord heeft als de betrokken werknemers het hierover niet met elkaar eens worden. Uitgaande van dit systeem is het niet houdbaar om te stellen dat, zolang geen instemming van de MR op het vast te stellen taakbelastingsbeleid is verkregen, het oude taakbelastingsbeleid geldt. De instelling komt bij gebreke aan overeenstemming met de MR over taakbelastingsbeleid een zekere mate van beleidsvrijheid toe in de uitvoering van artikel F-6 aanhef en sub b CAO-BVE waarbij bezien dient te worden of deze beleidsvrijheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar is ingevuld. Gebleken is dat er sprake is van ongelijkheid tussen afdelingen, maar deze ongelijkheid is te billijken door de gekozen systematiek in de artikelen F-5 en F-6 CAO-BVE. Voorts is niet vastgesteld dat de hantering van een percentage van 20% van de lessentaak voor voorbereiding en nazorg tot een onredelijke taakverzwaring leidt. Ook in meer algemene zin kan deze conclusie niet getrokken worden. De werkgever heeft artikel F-6 aanhef sub b CAO-BVE niet onjuist toegepast.