Datum uitspraak: 22-06-2010
Nummer uitspraak: 104265
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werkgever kent de werkneemster geen bindingstoelage toe omdat zij niet op alle beoordelingscriteria van de functie positief beoordeeld is en niet alle werkzaamheden die tot de functie van docent behoren, op LC-niveau uitvoert. Dat een voldoende beoordeling van de docent noodzakelijk is, volgt niet uit de tekst van artikel I-12b lid 2 CAO-BVE. Deze keuze is echter niet ten principale onjuist. De door de werkgever zelf ten behoeve van deze bepaling opgestelde beoordelingssystematiek is niet deugdelijk omdat artikel I-12b lid 2 CAO-BVE geen aanleiding geeft voor een andere wijze van beoordelen van het functioneren dan met toepassing van de op artikel E-4 van de CAO-BVE gebaseerde beoordelingsprocedure. Daarenboven is er geen aanknopingspunt voor de juistheid van de opvatting van de werkgever dat een bindingstoelage als bedoeld in artikel I-12b lid CAO-BVE uitsluitend zou toekomen aan degenen die zijn benoemd in carrièrepatroon LC of LD of LE en aan wie tevens alle bij de desbetreffende functie behorende taken zijn opgedragen. Voorts heeft de werkgever onvoldoende geconcretiseerd dat en waarom werkneemster op de genoemde beoordelingscriteria een onvoldoende heeft gescoord. De werkgever heeft artikel I-12b lid 2 CAO-BVE niet juist toegepast.

Trefwoorden: