Datum uitspraak: 09-05-2022
Nummer uitspraak: 2022018613
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Wetenschappelijk onderwijs
Samenvatting 

Situatie
In het voorjaar van 2019-2020 heeft het CvB besloten een nieuwe urennormering door te voeren voor het academisch jaar 2020-2021. Dit is gebeurd in de vorm van een pilot.
Hierna hebben het instellingsbestuur en de UR overleg gevoerd over aard en inhoud van de urennormering, maar dit heeft niet tot overeenstemming geleid. Uiteindelijk heeft het instellingsbestuur de UR schriftelijk meegedeeld dat het geen voorstel ter instemming aan de personeelsgeleding van de UR zal voorleggen. 

Uitspraak van de Commissie
Het taakbelastingsbeleid en de daaraan ten grondslag liggende normen moeten ter instemming aan de personeelsgeleding van de UR voorgelegd worden.

Toelichting
Het taakbelastingsbeleid van de opleiding is van toepassing op de personeelsleden en heeft gevolgen voor de rechtspositie van het personeel. Het voorstel over het taakbelastingsbeleid betreft daarom een aangelegenheid van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel in de hogeschool als bedoeld in artikel 9.36 lid 1 WHW. Deze aangelegenheid is niet inhoudelijk geregeld bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst, daarom is de Commissie bevoegd over het geschil te oordelen. Het instellingsbestuur heeft onvoldoende invulling aan het medezeggenschapsoverleg met de UR gegeven. Verder is het zo dat om te kunnen beoordelen wat de gevolgen van het voorgenomen taakbelastingsbeleid en de daarmee samenhangende systematiek zijn,  het noodzakelijk is om de daaraan te grondslag liggende normen te kennen en deze op hun gevolgen te kunnen beoordelen. Zij vormen één geheel met het taakbelastingsbeleid en de daarmee samenhangende systematiek en moeten als onderdeel daarvan ook aan de aan de personeelsgeleding van de UR worden voorgelegd. .

Trefwoorden: