Datum uitspraak: 22-08-2002
Nummer uitspraak: 102077
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer is van mening dat zijn werkgever het aantal lesweken in strijd met artikel F-3 lid 4 van de CAO heeft verlaagd tot minder dan 36. Daarbij worden taken behorend tot de 55% voorbereiding en nazorg toegerekend aan een periode buiten de lesweken. De Commissie is van oordeel dat artikel F-3 lid 4 aangeeft dat in beginsel de contacturen worden gespreid over ten minste 36 weken en dat aan de docent niet meer dan 22,5 contacturen per week worden opgedragen. Dit betekent dat in het geval de werkgever zou besluiten tot het opdragen van het maximale aantal van de 823 uren er minimaal 36,57 weken les gegeven zou dienen te worden. De bedoeling van artikel F-3 lid 4 is naar het oordeel van de Commissie onder meer om te voorkomen dat het maximum te geven aantal contacturen per week van 22,5 zou worden overschreden. De Commissie is van oordeel dat de formulering "in beginsel" in artikel F-3 lid 4 inhoudt dat zolang de werkgever niet meer dan 22,5 contactuur per week opdraagt, er geen beletsel is om minder dan 36 lesweken te hanteren. Slechts indien de verlaging van het aantal lesweken zou leiden tot een verhoging van het aantal contacturen per week tot 24,5, en compensatie in de zin van artikel F-3 lid 4 nodig zou zijn, dient de werkgever uit hoofde van artikel F-3 lid 4 van de CAO-BVE te overleggen met de PMR over de periode waarin compensatie plaats zal hebben. Aldus heeft de werkgever door het aantal lesweken te stellen op 33,6 niet gehandeld in strijd met artikel F-3 lid 4 van de CAO-BVE. Voor de vaststelling van de jaartaak en de berekening van de jaartaak van een docent moet vervolgens het werkelijke aantal lesweken, in casu 33,6, als uitgangspunt genomen worden. De Commissie ziet geen aanknopingspunt voor een berekening waarbij weken waarin geen lessen zijn gegeven geteld worden alsof daarin wel les zou zijn gegeven. Het is de Commissie niet gebleken dat de CAO-BVE eraan in de weg staat dat de werkgever uren voorbereiding en nazorg mag toerekenen aan een periode buiten de lesweken. De Commissie oordeelt dat de werkgever niet in strijd met het bepaalde in artikel A-11a en F-3 lid 4 van de CAO-BVE heeft gehandeld.