Datum uitspraak: 18-09-2014
Nummer uitspraak: 106355
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Voortgezet onderwijs
Samenvatting 

De reguliere basisschool heeft het advies 'vmbo met lwoo' afgegeven en de RVC heeft een positieve beschikking voor lwoo gegeven. De leerling heeft ADHD en gebruikt daarvoor medicatie. De ouders wensen plaatsing op de reguliere vmbo-school maar de leerling is geplaatst op het OPDC.
Volgens het toelatingsbeleid van de school en van het samenwerkingsverband is het advies van de afleverende school doorslaggevend. Het bevoegd gezag had de leerling behoren te plaatsen op de vmbo-school. Ook verlangt het toelatingsbeleid van het samenwerkingsverband dat de school met de ouders en de basisschool bespreekt of de school ondersteuning kan bieden op de eigen locatie of op een aparte locatie van het samenwerkingsverband. En als voor een aparte locatie gekozen wordt, moet overleg plaatsvinden met de ouders, de school en het OPDC waarin het ontwikkelingsperspectief wordt vastgesteld. Dit is niet gebeurd. Omdat de leerling de diagnose ADHD heeft, rust op het bevoegd gezag ook een onderzoeksplicht als bedoeld in de WGBH/CZ. Aan die onderzoeksplicht is geen inhoud gegeven. Ook ontbreken het vereiste uitplaatsingsprotocol en een besluit van de PCL+ voor plaatsing op het OPDC. Voor plaatsing op het OPDC zijn onvoldoende gronden omdat voor de leerproblemen lwoo is geadviseerd en geïndiceerd. Het is van belang dat ouders en bevoegd gezag op korte termijn overleg voeren over de vraag of de leerling extra ondersteuning nodig heeft. Verzoek gegrond.