Datum uitspraak: 04-11-2013
Nummer uitspraak: 105895
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werkgever is met de werknemer vanaf november 2008 een aantal opeenvolgende arbeidsovereenkomsten aangegaan, alle met een totale omvang van 0,8 fte. In geschil is de aard van 0,2 fte die eerst twee jaar onderdeel van een tijdelijk dienstverband vormde en die daarna door de werkgever als tijdelijke uitbreiding van een dienstverband voor onbepaalde tijd werd aangemerkt. Niet gebleken is dat de 0,2 fte qua aard en inhoud van de werkzaamheden afwijkt van de werkzaamheden van de voorgaande twee jaar. Omdat deze 0,2 fte reeds onderdeel uitmaakte van de dienstbetrekking van de werknemer valt deze formatie naar het oordeel van de Commissie per 1 augustus 2010 niet te beschouwen als een tijdelijke uitbreiding in de zin van artikel H-19 cao bve, zodat dit artikel in dit geval toepassing mist. Op grond van artikel 7:668a lid 2 BW dient de per 01-08-2011 aangegane arbeidsovereenkomst als vierde opeenvolgende arbeidsovereenkomst in zijn geheel, dat wil zeggen voor 0,8 fte, beschouwd te worden als te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd.

Trefwoorden: