Datum uitspraak: 07-11-2011
Nummer uitspraak: 104974
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werkgever heeft het functioneren van de werknemer als onvoldoende beoordeeld en heeft op grond daarvan besloten (nog) geen bindingstoelage toe te kennen. Bij de beoordeling heeft de werkgever één criterium (van de acht gestelde) van doorslaggevende aard geacht. Dit criterium betrof 'Resultaat CSE/vergelijking SE-CSE'. De term "onvoldoende functioneren" in artikel I-12b lid 2 CAO BVE ziet op onvoldoende functioneren van de werknemer in het geheel van zijn functie. Het kan zijn dat één specifiek als onvoldoende beoordeeld criterium voor de werkgever van doorslaggevende aard is. In het onderhavige geval is niet gebleken van een voor de werknemers inzichtelijk beleid inzake de weging van de diverse beoordelingscriteria. Bij de afwezigheid van dergelijk beleid zal het in zijn algemeenheid zo zijn dat één als onvoldoende beoordeeld criterium in beginsel niet leidt tot een algehele onvoldoende beoordeling. Slechts in bijzondere omstandigheden, door de werkgever expliciet te motiveren, kan dat anders zijn. Er was reeds jaren een grote discrepantie te zien tussen de cijfers SE en CSE en dit is diverse malen met de werknemer besproken. De werknemer heeft daarvoor geen afdoende verklaring gegeven. Mede gezien de scores van de werknemer op de overige onderdelen heeft de werkgever het totale functioneren van de werknemer als onvoldoende mogen aanmerken. De werkgever heeft artikel I-12b lid 2 CAO BVE niet onjuist toegepast.

Trefwoorden: