Datum uitspraak: 21-04-2011
Nummer uitspraak: 104830
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

In november 2000 heeft de werknemer middels een contract met de werkgever afgesproken dat hij gebruik zou maken van de zogeheten flexibele BAPO waarbij hij verplicht is op de voor hem geldende spilleeftijd, voor het deel waarvoor hij BAPO verlof heeft genoten, met FPU te gaan. De werknemer heeft geen gebruik gemaakt van de BAPO en wil nu ook niet van de FPU gebruik maken. Uit het gebruik van de bewoordingen "Uitgangspunt is" in genoemd artikel IV kan niet afgeleid worden dat de werknemer na gebruikmaking van de flex-BAPO verplicht is om op de spilleeftijd met FPU te gaan. De overeenkomst is meer dan tien jaar geleden tussen partijen gesloten. Toentertijd was het onmogelijk om alle omstandigheden te overzien die zich te zijner tijd bij het intreden van de spilleeftijd, 11 jaar later, zouden kunnen voordoen. De werkgever had een daadwerkelijke beslissing over het al dan niet gebruik maken van de FPU dienen te vragen kort voor het moment dat de werknemer de spilleeftijd zou bereiken. Door dit niet te doen en door reeds in 2000 de werknemer vanuit bovendien een verkeerde interpretatie van artikel IV van bijlage G van de CAO-BVE te verplichten een toezegging te doen over het voor minimaal 340 uur gebruik maken van de FPU op de spilleeftijd, heeft de werkgever de CAO-BVE onjuist toegepast.

Trefwoorden: