Datum uitspraak: 21-08-2021
Nummer uitspraak: 2021002443
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Middelbaar beroepsonderwijs
Samenvatting 

Situatie
De werknemer is werkzaam als instructeur, maar wil graag benoemd worden als docent. Daarvoor heeft hij een Pedagogisch Didactisch Getuigschrift (PDG) nodig. Als hij start met de opleiding, ontvangt hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als docent. De werknemer stopt voortijdig met de opleiding, waarna de werkgever hem terugzet in de functie van instructeur met bijbehorend salaris. De werknemer vindt dat hij recht heeft op een toelage conform de cao omdat sprake is van gedwongen herplaatsing. De werkgever kent de toelage niet toe omdat volgens hem sprake is van herplaatsing wegens disfunctioneren.

Uitspraak van de Commissie
De werkgever heeft artikel 5.5 lid 4 cao mbo juist toegepast door de werknemer geen persoonlijke toelage toe te kennen.

Toelichting
Doordat de werknemer zijn getuigschrift niet heeft behaald, voldoet hij niet aan de wettelijke bekwaamheidseisen zoals opgenomen in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB). Daarmee voldoet hij ook niet aan de gestelde functie-eisen van een docent. Gevolg daarvan is dat de werknemer niet geschikt is voor de uitoefening van de functie als docent. Daarom kan van de werkgever niet verlangd worden dat hij de arbeidsovereenkomst als docent laat voortduren. Van disfunctioneren is sprake als de werknemer ongeschikt is zijn werkzaamheden te verrichten. Dat is het geval. Daar komt bij dat aan de werknemer de verantwoordelijkheid voor de ongeschiktheid toekomt, omdat hij de opleiding heeft gestaakt. In zo'n geval is het gebruikelijk dat een werkgever onderzoekt of de werknemer herplaatst kan worden, hetgeen is gebeurd.
Omdat sprake is van herplaatsing wegens disfunctioneren, heeft de werknemer geen recht op een toelage conform artikel 5.5 lid 4 cao mbo.

Trefwoorden: