Datum uitspraak: 20-02-2020
Nummer uitspraak: 109029
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Middelbaar beroepsonderwijs
Samenvatting 

Situatie
De werknemer is tijdens haar dienstverband verhuisd.
Tussen partijen is op een later moment een vaststellingsovereenkomst gesloten als gevolg waarvan het dienstverband is beëindigd. Kort nadat de vaststellingsovereenkomst was ondertekend, maar wel in de periode dat de werknemer nog in dienst van de werkgever was, dient de werknemer een declaratie voor de door haar gemaakte verhuiskosten in. De werkgever bericht de werknemer daarop dat hij deze declaratie niet in behandeling neemt, omdat partijen elkaar finale kwijting hebben verleend in de vaststellingsovereenkomst.
De werknemer is het hier niet mee eens en richt zich tot de Commissie.

Uitspraak van de Commissie
De werkgever past artikel 7.1 lid 1 cao mbo juncto artikel 4 lid 1 van bijlage C cao mbo niet juist toe door te stellen dat de werknemer geen recht heeft op de in dit artikel opgenomen aanspraak op tegemoetkoming in verhuiskosten.

Toelichting
De werknemer voldoet aan de voorwaarden in de cao om aanspraak te maken op een tegemoetkoming in de verhuiskosten. 
De Commissie is niet bevoegd om de vraag te beantwoorden of de werknemer daadwerkelijk recht heeft op een uitbetaling van de door haar gemaakte kosten. Dit betreft de nakoming van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst en daarvoor zullen partijen naar de kantonrechter moeten gaan. Dat zou anders zijn indien beide partijen akkoord zouden zijn met het voorleggen van dit geschil aan de Commissie, maar dat is niet het geval.

Trefwoorden: