Datum uitspraak: 15-04-2022
Nummer uitspraak: 2022017722
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Middelbaar beroepsonderwijs
Samenvatting 

Situatie
Door een herinrichting in de organisatiestructuur is de functie van de werknemer per 1 januari 2018 vervallen. Vervolgens heeft de werkgever de werknemer per 1 januari 2018 in een andere functie met een lagere salarisschaal benoemd, met behoud van zijn oude salaris. De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst niet getekend en stelt dat hij de werkzaamheden, behorende bij die functie, nooit heeft vervuld. Per 1 augustus 2019 is de werknemer benoemd in de functie van senior docent. Volgens de werknemer is deze functie aan te merken als de functie waarin hij gedwongen is herplaatst, zodat hij op grond van art. 5.5 li4 cao mbo recht heeft op een toelage, zijnde het verschil tussen zijn oude, hogere, salaris, en het salaris, behorende bij zijn nieuwe functie. De werkgever stelt dat de werknemer geen recht heeft op deze toelage omdat de functie, waarin hij per 1 januari 2018 was benoemd, de functie was waarin hij gedwongen was herplaatst.

Uitspraak van de Commissie
De werkgever heeft artikel 5.5 lid 4 cao mbo niet juist toegepast door de werknemer geen persoonlijk toelage toe te kennen.

Toelichting
Het is de Commissie gebleken dat het voor beide partijen al voor 1 januari 2018 duidelijk was dat de werknemer de door de werkgever voorgestelde functie niet ambieerde, omdat hij deze niet passend vond, en dat hij niet onvoorwaardelijk met deze benoeming heeft ingestemd. Zo heeft de werknemer de arbeidsovereenkomst niet getekend en was hij met de werkgever in gesprek om diverse andere mogelijkheden te verkennen om tot een andere invulling van zijn werkzaamheden te komen. Gelet op de andersluidende bedoelingen van partijen is er onvoldoende grond om te concluderen dat de werknemer deze functie heeft aanvaard en daadwerkelijk de daarbij behorende werkzaamheden is gaan verrichten. Er is daarom op 1 januari 2018 geen sprake geweest van gedwongen herplaatsing van de werknemer. Door de benoeming van de werknemer per 1 augustus 2019 in de functie van senior docent vervolgens niet aan te merken als de functie waarin de werknemer gedwongen is herplaatst, heeft de werkgever een onjuiste toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 5.5 lid 4 cao mbo.  

Trefwoorden: