Datum uitspraak: 01-02-2002
Nummer uitspraak: 102072
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werknemer zegt dienstverband met inachtneming van toepasselijke opzegtermijn van 3 maanden op met ingang van 01-09-2001. De werkgever wenst ingang ontslag per 01-08-2001 omdat het cursusjaar eindigt op 31-07-2001 en in augustus 2001 18 vakantiedagen vallen die niet in verhouding staan tot de eventueel gewerkte dagen van 27-08-2001 tot 01-09-2001. De Commissie overweegt dat de CAO-BVE in art. H-50 slechts aangeeft dat het ontslag ingaat tegen de eerste van de maand en voorts geen beperkingen inhoudt ten aanzien van de ingang van het ontslag en de in verband daarmee in acht te nemen opzegtermijn. De Commissie is van oordeel dat de werknemer geen misbruik maakt van haar opzeggingsbevoegdheid en dat het feit dat de werknemer teveel vakantiedagen genoten heeft in de risicosfeer van de werkgever ligt. De Commissie komt tot dit oordeel omdat de vakantie niet na overleg met de werknemer is vastgesteld en de werkgever, voor zover dat mogelijk was, tijdens de vakantie ook geen werk aan de werknemer heeft opgedragen. De Commissie oordeelt dat een goede toepassing van de CAO er niet aan in de weg staat dat wordt opgezegd tegen 1 september van enig schooljaar, ook niet in het geval dat de werknemer meer verlofdagen heeft genoten dan hem krachtens de arbeidsovereenkomst toekomen.