Geschil over toepassing regeling mobiliteit bevorderende maatregelen van de instelling; BVE
Samenvatting
De regeling stelt als voorwaarde voor toekenning van een mobiliteitspremie dat de personeelsformatie aantoonbaar en evenredig wordt verminderd om zodoende boventalligheid te verminderen. Vast staat dat de 0,8 fte formatie die de werknemer heeft achtergelaten, is opgevuld door twee medewerkers, één voor 0,5 fte en één voor 0,3 fte. 0,4 fte van genoemde 0,5 fte leidt tot een evenredige besparing voor de werkgever omdat de benoemde werknemer voor dit deel belast was met vervangingswerkzaamheden welke uit hun aard niet anders dan tijdelijk zijn. Na wegvallen van de vervangingswerkzaamheden zou aldus het overeenkomende deel van de betrekking niet met feitelijke werkzaamheden ingevuld zijn. Voorts is door een andere invulling van de formatie de formatie van bedrijfsjurist met 0,3 fte verminderd zodat de werknemer ook voor dit onderdeel in aanmerking komt voor de mobiliteitspremie. De werkgever heeft de regeling mobiliteit bevorderende maatregelen niet juist toegepast door de werknemer geen mobiliteitspremie te verstrekken voor het deel van de betrekking waarmee de boventalligheid aantoonbaar en evenredig is verminderd, zijnde 0,7 fte.
Trefwoorden
toepassing cao
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
toepassing cao