Datum uitspraak: 28-04-2022
Nummer uitspraak: 2022020593
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Middelbaar beroepsonderwijs
Samenvatting 

Situatie
De werkgever heeft na het eerste ziektejaar een korting op het salaris van 30% over het verleende ziekteverlof toegepast. De werknemer stelt dat de arbeidsongeschiktheid door de werkgever in stand wordt gelaten en de werkgever zijn re‐integratieverplichtingen niet nakomt. Op grond van artikel 5 ZAR heeft zij daarom aanspraak op doorbetaling van 100% salaris. Ook is zij eerder arbeidsongeschikt geweest en toen heeft de werkgever deze korting niet toegepast. De werkgever handelt volgens de werknemer in strijd met goed werkgeverschap en de redelijkheid en billijkheid. De werkgever stelt gebonden te zijn aan hetgeen in de ZAR is bepaald en betwist dat de arbeidsongeschiktheid aan hem is te verwijten, al is het maar omdat de werknemer sinds 2015 feitelijk geen werkzaamheden voor de werkgever meer heeft verricht.

Uitspraak van de Commissie
De werkgever heeft artikel 4 onder a ZAR, bijlage F van de cao mbo juist toegepast door de werknemer met ingang van het tweede ziektejaar 70% van het loon uit te betalen.

Toelichting
De werkgever heeft artikel 4 onder a ZAR, bijlage F van de cao mbo juist toegepast door de werknemer met ingang van  het tweede ziektejaar 70% van het loon uit te betalen. Toelichting:
Artikel 4  onder a ZAR bepaalt dat na één jaar arbeidsongeschiktheid een korting van 30% op het salaris over het dan nog verleende ziekteverlof wordt toegepast. Slechts onder bijzondere omstandigheden, zoals de in artikel 5 lid 1 ZAR genoemde situatie, dat de arbeidsongeschiktheid in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de opgedragen arbeid, kan deze korting achterwege blijven en behoudt de werknemer aanspraak op 100% salaris.  
Uit de tekst van artikel 4 ZAR volgt niet dat in de situatie van het niet nakomen van de re‐integratieverplichtingen, hetgeen in casu door de werkgever wordt betwist, geen loonkorting zou mogen worden toegepast. Overigens staan er voor de werknemer andere mogelijkheden open in geval een werkgever de re-integratieverplichtingen niet/onvoldoende nakomt.
Het gegeven dat de werkgever eerder geen loonkorting heeft toegepast, betekent niet dat de werkgever op een later moment artikel 4 sub a ZAR niet mag toepassen.
Voor een toepassing van het beginsel van goed werkgeverschap en de redelijkheid en billijkheid in dit geval acht de Commissie geen aanleiding aanwezig, omdat tekst noch strekking van het in geding zijnde cao‐artikel de Commissie hiervoor ruimte laat.  

Trefwoorden: