Datum uitspraak: 07-04-2011
Nummer uitspraak: 104857
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werkgever kent de werkneemster geen bindingstoelage toe, omdat met haar vanwege arbeidsongeschiktheid geen beoordelingsgesprek mogelijk is. Artikel I-12b lid 2 CAO BVE betreft een 'tenzij-bepaling'. Een bindingstoelage wordt toegekend aan de werknemer die benoemd is in een functie met een carrièrepatroon LC of LD of LE en die op of na 1 januari 2009 gedurende vijf jaar bezoldigd wordt volgens het maximumsalaris van zijn functie of hoger tenzij uit een beoordeling blijkt dat er sprake is van onvoldoende functioneren. Van het bestaan van een beoordeling waaruit het onvoldoende functioneren blijkt, is niet gebleken. Artikel I-12b lid 2 CAO BVE voorziet niet in de mogelijkheid de bindingstoelage (tijdelijk) te onthouden indien de werkgever niet kan aantonen dat de werknemer onvoldoende functioneert. De toelichting die in de CAO BVE ten aanzien van artikel I-12b lid 2 is opgenomen - voor zover daarin tot uitdrukking wordt gebracht dat de bindingstoelage alleen wordt toegekend bij voldoende functioneren - is met die bepaling onverenigbaar. Ook de beleidslijn van de MBO Raad kan niet afdoen aan hetgeen in artikel I-12b lid 2 CAO BVE is bepaald.
De werkgever heeft artikel I-12b lid 2 CAO BVE niet juist toegepast.

Trefwoorden: