Datum uitspraak: 17-06-2010
Nummer uitspraak: 104515
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of de werknemer zelf kan bepalen welke werkzaamheden hij op basis van zijn trekkingsrecht door andere wenst te vervangen en of de werkgever dienaangaande grenzen mag opleggen. Omdat de werknemer de hem toebedeelde stipuren (opvang van klassen) als zinloos en onprettig ervaart, heeft hij de werkgever verzocht deze taak uit zijn taken te verwijderen en de vrijgekomen uren toe te voegen aan de opslagfactor voor- en nawerk. De werkgever heeft dit verzoek niet ingewilligd omdat de stipuren volgens staand taakbeleid behoren tot de verplichte taken.  Gelet op de bewoordingen van de aanhef van artikel 7.2 lid 2 CAO VO staat het de leraar in beginsel vrij op welke wijze hij het trekkingsrecht wenst te effectueren. Doel van de regeling is immers dat de individueel ervaren werkdruk verminderd wordt. De invulling van het trekkingsrecht naar eigen inzicht is echter niet onbegrensd. De regeling veronderstelt een overlegsituatie. De werkgever kan slechts op grond van zwaarwegende redenen die verband houden met de organisatie van de school en het onderwijs, weigeren aan de uitgesproken keuze van de werknemer tegemoet te komen. Door de beperking van de keuzemogelijkheid vanwege staand taakbeleid tot een keuze uit zogenoemde 'Overige taken'  van 48 klokuren per jaar maakt de werkgever een ingrijpende inbreuk op de vrijheid ten aanzien van de individuele invulling van het trekkingsrecht. De werkgever heeft niet dan wel onvoldoende gemotiveerd waarom hij deze keuze heeft gemaakt. Aldus heeft de werkgever de werknemer in de uitoefening van zijn trekkingsrecht belemmerd als bedoeld in artikel 7.2 lid 2 onder f CAO VO.

Trefwoorden: