Datum uitspraak: 15-07-2014
Nummer uitspraak: 106249 - 14.08
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De PMR heeft instemming onthouden aan het formatieplan 2014-2015. De begroting voor dat jaar bevat een taakstellende bezuiniging op de kosten van het onderwijzend personeel. Volgens het bevoegd gezag leidt niet alleen een dalend aantal leerlingen tot een afnemende behoefte aan docenten, maar zit de school ook ruim in het onderwijzend personeel als gevolg van een ruimhartig taakbeleid. Verder is het plan gebaseerd op globale meerjarenramingen en de prognose van het aantal leerlingen. De PMR stelt dat de meerjarenbegroting en het gewijzigde taakbeleid ten onrechte niet eerst aan haar zijn voorgelegd. Ook beschikt de school over forse reserves, neemt het leerlingenaantal op korte termijn weer toe en kan nog bezuinigd worden op het management. Er bestaat een grote mate van samenhang tussen het taakbeleid van de school en het formatieplan. Uit de toelichting op het voorgestelde formatieplan blijkt dat wijziging in de taakverdeling en de taakbelasting van het personeel vereist is om tot de voorgestelde formatie van onderwijzend personeel te kunnen komen. Deze wijzigingen heeft het bevoegd gezag echter nog niet ter instemming aan de PMR voorgelegd. De facto zou het verlenen van vervangende instemming door de Commissie met het door het bevoegd gezag voorgestelde formatieplan betekenen dat ook vervangende instemming met het aan het formatieplan ten grondslag liggende - gewijzigde - taakbeleid zou worden gegeven. Daarom kan het verlenen van vervangende instemming aan het formatieplan niet aan de orde zijn. Ook voldoet het formatieplan niet aan de daaraan te stellen eisen, omdat daarin de verdeling van de functies naar aard en salarisschaal, de te verwachten of geplande ontwikkelingen daarin en de inzet van specifiek ten behoeve van de formatie ter beschikking staande middelen, niet mogen ontbreken. De PMR heeft in redelijkheid instemming aan het voorgenomen formatieplan kunnen onthouden en er zijn geen zwaarwegende omstandigheden die het voorstel rechtvaardigen.