Datum uitspraak: 09-07-2013
Nummer uitspraak: 105783 - 13.07
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Primair onderwijs
Samenvatting 

Aangaande de fusie zijn onder meer onderwijsinhoudelijk, op het terrein van huisvesting en personeel, geen beslissingen genomen. Uit het geheel rijst het beeld dat het bevoegd gezag het eerste jaar na de voorgenomen fusie wenst te benutten om de fusie invulling te geven. Hiermee heeft het bevoegd gezag de MR onvoldoende inzicht geboden in de mogelijke gevolgen van de fusie. Dat het bevoegd gezag de fusie-effectrapportage niet aan de MR ter instemming heeft voorgelegd, houdt in dat het bevoegd gezag artikel 10 aanhef onder h van de Wms niet naleeft. Een vordering tot naleving van de Wms dient op grond van artikel 36 lid 2 Wms voorgelegd te worden aan de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam.
Het geheel overziend is de Commissie van oordeel dat vanwege de onzekerheid over de mogelijke gevolgen van de fusie het bevoegd gezag onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn uit artikel 8 Wms voortvloeiende verplichting de MR voldoende informatie te verschaffen die hij voor de vervulling van zijn taak nodig heeft, zodat de MR in redelijkheid zijn instemming aan het voorgenomen besluit tot fusie heeft kunnen onthouden.
Omdat het voorstel tot grondslagwijziging onlosmakelijk verbonden is met het voorstel tot fusie treft dit voorstel hetzelfde lot en oordeelt de Commissie dat de oudergeleding in redelijkheid zijn instemming aan het voorgenomen besluit tot grondslagwijziging van de school heeft kunnen onthouden. Van zwaarwegende omstandigheden die de voorstellen van het bevoegd gezag rechtvaardigen is niet gebleken.

Trefwoorden: