Datum uitspraak: 19-06-2014
Nummer uitspraak: 106194 - 14.06
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Interpretatiegeschil
In geschil is of de beëindiging van de Plusklas voor hoogbegaafde leerlingen neerkomt op de wijziging van het schoolplan, waarvoor de GMR instemmingsrecht heeft dan wel is aan te merken als de beëindiging van de deelneming aan een experiment of project, waarvoor de GMR adviesrecht heeft.
De bewoordingen, met name het woord "deelneming" in artikel 11 onder e Wms, doen veronderstellen dat een bevoegd gezag of school aansluiting zoekt bij een project of experiment dat buiten de eigen organisatie wordt opgestart of uitgevoerd. Daarvan is hier geen sprake.
Ten aanzien van de vraag of de beëindiging van de Plusklas is aan te merken als een wijziging van het schoolplan geldt dat de Plusklas kennelijk was gericht op onderwijskundige vernieuwing, wat een onderdeel van het onderwijskundig beleid vormt, dat opgenomen dient te worden in het schoolplan. Dit betekent dat de beëindiging van de Plusklas een wijziging van het schoolplan inhoudt, waarvoor de GMR instemmingsrecht heeft.
Adviesgeschil
Omdat hier sprake is van een wijziging van het schoolplan waarvoor de GMR instemmingsrecht heeft, is het verzoek tot behandeling van een adviesgeschil over de beëindiging van de Plusklas niet-ontvankelijk.
Het verzoek van de GMR om het bevoegd gezag te verbieden verdere uitvoering aan het besluit tot beëindiging van de Plusklas te geven totdat alsnog instemming is verkregen, betreft een verzoek tot naleving van de verplichtingen van het bevoegd gezag jegens de GMR zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 Wms. Nalevingsvorderingen behoren ingevolge artikel 36 lid 2 Wms tot de exclusieve bevoegdheid van de Ondernemingskamer. De Commissie is niet bevoegd hierover een oordeel te geven.