Datum uitspraak: 30-07-2021
Nummer uitspraak: 2021010495
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Primair onderwijs
Samenvatting 

Situatie
Een vader heeft een klacht ingediend tegen de school van zijn dochter. Hij klaagt er onder andere over dat de school niet (tijdig) heeft gereageerd op zijn diverse verzoeken op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob-verzoeken). De Commissie heeft de klacht behandeld en advies uitgebracht.
De vader heeft vervolgens een nieuwe klacht ingediend. Hij klaagt erover dat de school en het bestuur tijdens de hoorzitting in de eerdere klacht valse uitlatingen hebben gedaan en hij klaagt erover dat de school niet heeft gereageerd op zijn Wob-verzoeken.
Een voorzitter van de Commissie heeft de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat een klager ter zitting de gelegenheid heeft om te reageren op standpunten en uitlatingen van de wederpartij en dat niet meer na afloop van de zitting kan doen. Om diezelfde reden kan daar ook geen nieuwe klacht over worden ingediend. Het klachtonderdeel over de Wob-verzoeken is al door de Commissie behandeld, zodat dat niet nog een keer aan de Commissie voorgelegd kan worden. Tegen deze beslissing heeft de vader bezwaar gemaakt.

Beslissing van de Voorzitter
Het bezwaar tegen de kennelijk niet-ontvankelijkheidsbeslissing is ongegrond.

Toelichting
De vader heeft ten aanzien van het eerste klachtonderdeel (verstrekken van valse informatie tijdens de hoorzitting) geen inhoudelijk argument tegen de niet-ontvankelijkheidverklaring ingebracht. Het bezwaar is op dit onderdeel dan ook ongegrond.
Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel heeft de vader aangegeven dat dit moet worden gezien als een klacht over het onthouden van relevantie informatie in plaats van een klacht over het niet-reageren op Wob-verzoeken. Dat de vader een andere benaming geeft aan zijn klacht betekent niet dat de klacht ook inhoudelijk anders is. Het feitencomplex is hetzelfde: vader heeft de school gevraagd om bepaalde informatie en klaagt erover dat hij die niet ontvangen heeft. Een klacht over hetzelfde feitencomplex kan slechts één keer behandeld worden. Ook op dit onderdeel is het bezwaar daarom ongegrond.