Datum uitspraak: 17-03-2014
Nummer uitspraak: 106046
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Ouders klagen erover dat de afdelingsmanager een incident waarbij hun dochter door medeleerlingen is geslagen, niet correct heeft afgehandeld. Niet voldoende gebleken is dat verweerder niet naar het welzijn van de leerling heeft geïnformeerd. De school heeft, nadat het incident zich had voorgedaan, voortvarend gehandeld. De daders zijn geschorst, klagers zijn door de bovenbouwcoördinator direct op de hoogte gesteld van de situatie en meteen na het weekend op maandag is een afspraak in de middag op school met klagers gemaakt. Niet kan worden gesteld dat verweerder het incident niet serieus heeft genomen. Daarbij is evenmin gebleken dat verweerder de daders in bescherming heeft genomen. Jegens de daders zijn maatregelen getroffen, en het enkele feit dat verweerder geen aangifte bij de politie van mishandeling van de leerling heeft gedaan, kan redelijkerwijs niet als in bescherming nemen van de daders worden gezien. Verweerder heeft erkend dat hij klagers dochter niet heeft doorverwezen naar de vertrouwenspersoon. Echter, gezien het zeer korte tijdsverloop tussen het incident en het gesprek op 4 november 2013 waarin klagers hebben meegedeeld een andere school voor hun dochter te zoeken, is het in dit geval niet klachtwaardig dat de dochter van klagers door verweerder niet is doorverwezen naar de vertrouwenspersoon. Dat de dochter van klagers geslagen is moet beschouwd worden als een incident, hieruit kan niet worden afgeleid dat haar veiligheid op school niet kan worden gewaarborgd, ook omdat er geen duidelijke signalen waren die er op duiden, dat de leerling tegen andere leerlingen in bescherming zou moeten worden genomen. De klacht is in zijn geheel ongegrond.

Trefwoorden: