Datum uitspraak: 03-04-2012
Nummer uitspraak: 105216
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Ouders klagen erover dat docent medeleerlingen heeft aangemoedigd hun zoon te pakken te nemen, dat hun zoon geen lessen meer mocht volgen en dat de directeur hun klacht niet adequaat heeft afgehandeld.
Er is niet meer te achterhalen wat er precies is gezegd tussen de docent en de leerlingen. Voorts is het eerste klachtonderdeel blijkens de gesprekken tussen klagers en de directeur in wezen al gereduceerd tot de klacht dat de docent tussen de eerste en tweede bel niet aanwezig was op het sportveld. De Commissie acht niet aannemelijk geworden dat de docent andere leerlingen tegen de zoon van klagers heeft opgezet. De klacht is dan ook ongegrond.
De klachtafhandeling heeft niet geleid tot het door beide partijen gewenste resultaat. De onmin tussen ouders, de leerling, de docent en de school is niet afgenomen, maar in korte tijd juist geëscaleerd met als uiteindelijk gevolg dat de leerling van school is gegaan. Beide partijen hebben daar een aandeel in gehad. Samengevat moet worden geoordeeld dat de directeur procedureel adequaat heeft gereageerd op de klacht van klagers, maar dat de inhoud van zijn handelen mede oorzaak is van het niet vinden van een oplossing. De directeur heeft in dit opzicht de klacht inhoudelijk niet adequaat behandeld zodat de klacht hierover gegrond is.
De opgegeven reden van de maatregel dat de leerling enkele dagen niet de lessen mocht volgen heeft de Commissie niet kunnen overtuigen. Alles overziend is naar het oordeel van de Commissie sprake van een buitenproportionele maatregel. De klacht is op dit onderdeel gegrond.