Klacht over discriminatie en schorsing van een vmbo-leerling; VO
Samenvatting
Moeder klaagt erover dat een docent haar zoon afgelopen schooljaar heeft gediscrimineerd en gepest door hem meer opdrachten te geven dan andere leerlingen en als hij iets verkeerd deed hem daar niet een keer maar bij herhaling op wees. Ook klaagt zij erover dat haar zoon is geschorst en verwijderd.
Klaagster heeft haar klacht over discriminatie niet onderbouwd en heeft ter zitting verklaard dat met het woord discriminatie de klacht zwaar is aangezet. Voor zover klaagster met de voorbeelden over voortrekken van meisjes, de beoordeling van soep of het veelvuldig afwassen heeft willen wijzen op ongelijke behandeling overweegt de Commissie dat het voortrekken van meisjes door klaagster niet is onderbouwd en de school de andere twee punten in feite heeft weersproken. Vanwege de kleine omvang van de groep die kookte, 11 leerlingen, was men vaak aan de beurt voor afwastaken.
Vast is komen staan dat de leerling tegen een docente heeft gezegd haar dood te maken. Deze uitspraak heeft de docente enkel op grond van zijn inhoud als bedreigend mogen opvatten en levert, zeker in het licht van de gebleken eerdere schorsingen wegens onder meer agressief gedrag, voldoende grond op voor directe schorsing van de leerling, uitzetting uit het schoolgebouw en formele verwijdering. De klacht is ongegrond.
Trefwoorden
discriminatie, optreden tegen leerling, schorsing leerling
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
discriminatie, optreden tegen leerling, schorsing leerling