Datum uitspraak: 10-01-2014
Nummer uitspraak: 106015
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Beoordeling in vereenvoudigde behandeling: In maart 2010 ontstaat een geschil tussen klagers en de school omdat de school geen dyslexieonderzoek wil laten uitvoeren voor de jongste zoon van klagers. In december 2012 wordt bij de zoon, inmiddels vmbo-leerling, alsnog dyslexie vastgesteld. In maart 2013 dienen de ouders een klacht in bij de school en uiteindelijk in oktober 2013 bij de LKC. Naar het oordeel van de voorzitter hadden klagers vanaf maart 2010 een jaar gelegenheid voor het indienen van een klacht. Zij hebben in maart 2013 de discussie met de school nieuw leven ingeblazen met onderzoeksresultaten uit december 2012. Dit vormt echter geen bijzondere omstandigheid die kan leiden tot het verschoonbaar achten van de overschrijding van de termijn. Voor zover klagers menen dat er met het onderzoek van december 2012 sprake is van een nieuw feit, had van hen verlangd mogen worden dat zij binnen een redelijke termijn hierover een klacht bij de Commissie hadden ingediend omdat de verjaringstermijn al langere tijd was overschreden. Klagers hebben na de uitslag van medio december 2012 circa drie maanden gewacht en zich eerst op 19 maart 2013 schriftelijk tot de school gewend. Nadat het bevoegd gezag eind juni 2013 na een gemotiveerde brief, de discussie met klagers sloot, hebben zij ruim drie maanden gewacht met het indienen van de klacht bij de LKC. Hierdoor is er geen sprake van een redelijke termijn waarbinnen de klacht is ingediend. Klagers hebben zich voorts beklaagd over de wijze waarop zij door een leerkracht zijn tegemoet getreden bij de organisatie van een dorpsfeest in 2013. Ten aanzien hiervan vallen klagers niet meer onder de definitie van de klachtenregeling omdat de gebeurtenis waarover de klacht gaat zich heeft afgespeeld toen hun kinderen de school al hadden verlaten. Voorts geldt dat klachtbehandeling dient bij te dragen aan een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en hiervan op dit onderdeel onvoldoende sprake is omdat het geschil terugvoert op het handelen in privé van klagers en de bewuste leerkracht. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk, 22 november 2013.
Bezwaar tegen beslissing vereenvoudigde behandeling. Bezwaarden hebben na de schriftelijke reactie van het bevoegd gezag van de school van 28 juni 2013 nog tot 14 oktober 2013 - drie en een halve maand - gewacht met het indienen van de klacht, terwijl voortvarendheid vereist was, juist in verband met het feit dat het om een beslissing van maart 2010 ging. Objectieve aanknopingspunten die dit tijdverloop rechtvaardigen, ontbreken. Aangenomen moet worden dat bezwaarden te lang hebben gewacht met het indienen van de klacht. Het bezwaar is ongegrond, 10 januari 2014.