Datum uitspraak: 22-06-2010
Nummer uitspraak: 104513
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Een leerlinge is tijdens het carnavalsfeest door haar leerkracht apart genomen en daar aangesproken op haar boze gedrag. De leerlinge vertelde haar ouders dat daarbij fysiek geweld was gebruikt. Ouders hebben daarna 2 x een arts bezocht. Klagers waren bevreesd dat het bevoegd gezag hun zaak in een doofpot zou stoppen.
De Commissie is gebleken dat niemand van de vele getuigen het gesprek tussen de leerlinge en haar groepsleerkracht in zijn geheel heeft gezien of gehoord. Niemand heeft tijdens de carnavalsviering rechtstreeks gehoord dat de kwetsuren het gevolg waren van de handelingen van de groepsleerkracht. Voor zover delen van het gesprek tussen de leerkracht en de leerlinge wel zijn waargenomen, zijn daarbij geen onrechtmatigheden opgemerkt. De wijze waarop de leerlinge terugkeerde in de zaal is door getuigen verschillend waargenomen. Voor de Commissie is niet vast komen te staan dat de fysieke en psychische schade die de dochter van klagers naar verluidt heeft opgelopen, is veroorzaakt door toedoen van haar groepsleerkracht tijdens het carnavalsfeest. Evenmin is het gewraakte handelen van de groepsleerkracht, behoudens het optillen en wegdragen, aannemelijk gemaakt. Daartoe zijn de afgegeven verklaringen te verschillend en zijn de beide doktersverklaringen, die ondanks uitdrukkelijk verzoek daartoe, niet aan de Commissie zijn verstrekt, te weinig richtinggevend.
De Commissie leidt uit de bewuste brief van het bevoegd gezag aan klagers af dat de algemeen directeur de kwestie rond de dochter van klagers niet definitief heeft afgesloten. De klachten zijn ongegrond.