Datum uitspraak: 28-07-2021
Nummer uitspraak: 2021009439
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Primair onderwijs
Samenvatting 

Situatie
Een moeder verzoekt in februari 2019 de organisatie die onder meer bemiddelt tussen ouder en school om het volledig dossier van haar zoon. In juli 2019 verstrekt de organisatie een kopie van het dossier. De moeder vindt dat het dossier onvolledig is. Zij vraagt hulp bij instanties en dient bij een andere instantie een klacht in. In februari 2021 verzoekt de moeder via haar advocaat nogmaals om het dossier. De moeder meent dat vanaf dat moment de verjaringstermijn voor het indienen van de klacht zou moeten gaan lopen. Een vicevoorzitter van de Commissie heeft de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze te laat is ingediend. Tegen deze beslissing heeft de klaagster bezwaar gemaakt.

Beslissing van de Voorzitter
Het bezwaar van de moeder tegen de kennelijk niet-ontvankelijkheidsbeslissing is ongegrond.

Toelichting
De Commissie hanteert een verjaringstermijn van één jaar. Dit betekent dat een klacht binnen één jaar na de gebeurtenis waarover iemand klaagt, moet worden ingediend. Soms neemt de Commissie een klacht in behandeling die na deze termijn van één jaar is ingediend. Er moet dan een goede reden zijn waarom iemand niet eerder de klacht heeft ingediend. Daarvan is in deze zaak geen sprake. De moeder heeft er zelf voor gekozen om haar klacht eerst bij (hulp)instanties voor te leggen en pas later bij de LKC. Dat haar advocaat in februari 2021 nogmaals om het dossier heeft verzocht, maakt niet dat een nieuwe termijn gaat lopen, omdat het om hetzelfde feitencomplex gaat.