Datum uitspraak: 14-01-2014
Nummer uitspraak: 106005
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Volgens een voormalig lid van de MR zijn de verkiezingen voor de oudergeleding van de MR onzorgvuldig verlopen, en was het jaarverslag van de MR niet objectief. De klachten die zij hierover bij de voorzitter van de MR en bij het College van Bestuur heeft ingediend, zijn niet correct afgehandeld. Op grond van artikel 7 lid 3 van de Wet medezeggenschap op scholen dient een medezeggenschapsraad verslag uit te brengen van zijn werkzaamheden. De inhoud van dit verslag betreft de verantwoordelijkheid van de deelraad als geheel en niet die van zijn voorzitter of de voorzitter van het College van Bestuur. De passage waar het intern conflict van de deelraad is uiteengezet is voldoende feitelijk van aard en niet is gebleken dat deze passage er toe heeft geleid dat de uitslag van de verkiezingen voor klaagster negatief is uitgevallen. De voorzitter van het College van Bestuur heeft voldoende en adequaat voeling gehouden met de problemen binnen de deelraad en de gehouden verkiezingen en klaagster voldoende serieus in haar bezwaren genomen. Het aanbieden van externe begeleiding aan de deelraad en de aanwezigheid van de conrector bij de telling van de stemformulieren zijn hiervan voorbeelden. De e-mail van klaagster over oneerlijke herverkiezingen heeft de voorzitter van de deelraad inhoudelijk beantwoord, maar het was raadzaam geweest als hij in reactie op de na-vraag van klaagster had aangegeven dat de discussie met haar was afgerond. Dit is een aandachtspunt. De klacht is ongegrond.