Datum uitspraak: 16-04-2014
Nummer uitspraak: 106124
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Omdat beide ouders gezamenlijk gezag hebben over hun dochter zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor de inschrijving op school. Daarvoor geldt geen absolute noodzaak voor de aanwezigheid van twee handtekeningen op het inschrijfformulier. In zijn algemeenheid mag de school erop vertrouwen dat de ouder die een leerling wil laten inschrijven daarbij handelt in overeenstemming met de andere gezaghebbende ouder. Het is aan de ouders om over de school van inschrijving overeenstemming te bereiken. Op grond van artikel 1:253i BW is ook één van de ouders bevoegd tot een inschrijving van een kind op school, maar dan moet niet zijn gebleken dat de andere ouder bezwaar maakt. Gelet op de omstandigheid dat de directeur bekend was met het ontbreken van toestemming van klager, had de directeur niet tot inschrijving mogen overgaan. Dat de leerplichtambtenaar mogelijk andersluidende informatie heeft verstrekt, maakt dat niet anders. Daarnaast is het laakbaar dat de directeur uitsluitend is afgegaan op informatie van de moeder en geen contact heeft gehad met klager. De klacht over inschrijving zonder toestemming van klager is gegrond.
Voor adequate klachtafhandeling is onder meer vereist dat afspraken worden nagekomen. Vaststaat dat nadat klager een klacht heeft ingediend bij het bevoegd gezag een hoorzitting heeft plaats gevonden. Tijdens de hoorzitting is afgesproken dat de vertrouwenspersoon een gesprek zou voeren met de moeder en dat het bevoegd gezag formeel zou reageren op de klacht. Het bevoegd gezag is de afspraak om formeel te reageren niet nagekomen. De omstandigheid dat de vertrouwenspersoon het gesprek zou voeren met de moeder, ontslaat het bevoegd gezag niet van de verplichting te reageren. De klacht is gegrond.