Datum uitspraak: 28-05-2014
Nummer uitspraak: 106222
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Een directeur klaagt erover dat een door het schoolbestuur ingestelde ad hoc klachtencommissie de door een ouder over haar ingediende klacht heeft behandeld en dit niet op een zorgvuldige wijze heeft gedaan. Daarnaast klaagt zij erover dat het schoolbestuur niet heeft gehandeld conform de geldende klachtenregeling. De directeur verzoekt de LKC de klacht van de ouder opnieuw te beoordelen. De LKC heeft als beleid geen klachten in behandeling te nemen die al zijn behandeld door een andere klachtencommissie. De LKC is geen hoger-beroepsinstantie. Er zal evenmin een oordeel worden geven over de door de ad hoc klachtencommissie gevolgde procedure, aangezien dit een beoordeling is die plaatsvindt in een hoger-beroepsprocedure. De voorzitter oordeelt klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar verzoek om de klacht van de ouder inhoudelijk te behandelen. Het in afwijking van de geldende klachtenregeling instellen van een ad hoc klachtencommissie is acceptabel nu dit met alle betrokkenen overeen is gekomen. Klaagster heeft op verschillende momenten kunnen heroverwegen of zij nog steeds instemde met het voorstel van het bevoegd gezag, hetgeen bij klaagster klaarblijkelijk niet tot een ander standpunt heeft geleid. De klacht dat het bevoegd gezag de klacht niet heeft laten behandelen door de LKC is kennelijk ongegrond. Met betrekking tot het zich niet kunnen verweren tegen de voorgenomen beslissing van het bevoegd gezag overweegt de voorzitter dat deze verweermogelijkheid betrekking heeft op een arbeidsrechtelijke (disciplinaire) beslissing. De beslissing van het bevoegd gezag bevatte in het onderhavige geval echter geen rechtspositionele maatregel, maar betrof enkel de beslissing het oordeel van de ad hoc commissie te delen (een oordeel waarin ook geen rechtspositionele maatregel werd geadviseerd). Nu geen sprake was van een rechtspositionele beslissing en het bevoegd gezag daarmee niet in strijd met de geldende klachtenregeling heeft gehandeld, acht de voorzitter de klacht ook op dit punt kennelijk ongegrond.