Datum uitspraak: 06-10-2021
Nummer uitspraak: 109563
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Voortgezet onderwijs
Samenvatting 

Situatie 
Een leerling zit in 4 vwo. Medio februari wisselt hij van profiel waardoor hij van drie vakken de gemiste lesstof en toetsen moet inhalen. De moeder van de leerling klaagt erover dat de leerling voor de vakken economie en bedrijfseconomie te weinig begeleiding heeft gekregen bij het inhalen van de lesstof en de toetsen. Daarnaast is een toets economie van de leerling ongeldig verklaard. De toets is online afgenomen en de docent had gerede twijfel of de leerling de toets wel alleen had gemaakt. De moeder van de leerling klaagt erover dat dit onterecht is. Ook klaagt zij erover dat ze de toets niet heeft mogen inzien. 

Advies van de Commissie
De klacht over de begeleiding is gegrond. De klacht over het ongeldig verklaren van de toets economie is gegrond wegens het ontbreken van en deugdelijke onderbouwing. Voor het overige is de klacht ongegrond.

Toelichting
Wanneer een leerling gedurende het schooljaar van profiel wisselt, vraagt dit van de leerling extra inspanning om de gemiste lesstof in te halen en de daarbij horende toetsen af te leggen. Maar ook van de docent vraagt het meer. Het is in het belang van beide partijen dat afspraken over het inhalen van lesstof en toetsen worden vastgelegd zodat het voor betrokken leerling en docenten duidelijk is wat van elkaar wordt verwacht. De leerling en de school hebben gesproken over de profielwisseling, maar niet is gebleken of er concrete afspraken zijn gemaakt en welke afspraken, en of deze zijn vastgelegd. Verder is gebleken uit berichten van de leerling en zijn moeder dat de leerling een hulpvraag had. Het is de Commissie niet gebleken dat de school hierover vervolgens het gesprek is aangegaan met de leerling en dat er duidelijke (vervolg)afspraken zijn gemaakt over het inhalen van de lesstof en de toetsen, of dat is teruggegrepen op bij de profielwisseling (vastgelegde) afspraken. Het is de Commissie dan ook niet gebleken dat de school (voldoende) structuur heeft geboden voor het inhalen van de gemiste lesstof en toetsen. 
Het ongeldig verklaren van een toets wegens gerede twijfel of zelfs fraude vraagt om een deugdelijke onderbouwing van de zijde van de school. Het is immers een ingrijpend besluit voor de leerling. De school had daarom aan de hand van de beide toetsen inzichtelijk moeten maken waar de fraude of gerede twijfel uit bestond. Dat heeft de school niet gedaan. Nu ook over de grondslag van de beslissing een verschillende uitleg is gegeven, kan de Commissie niet anders dan concluderen dat de beslissing om de toets ongeldig te verklaren onvoldoende is onderbouwd.